Adeline Bien-Aime: ‘De verhalen van restaveks doen me nog steeds pijn’

Adeline

Toen Willemien Haïti bezocht ontmoette ze Adeline Bien-Aime, een inspirerende en moedige vrouw die al 8 jaar werkt met restavek kinderen, voornamelijk meisjes. Adeline ziet het als haar roeping om voor deze meisjes op te komen en samen met hen te vechten voor een betere toekomst. Waarom? Lees hier haar mooie verhaal.

‘Als christen voel ik me geroepen om compassie te tonen voor deze gebroken meisjes.’ Adeline is aan het woord, terwijl ze tussen twee meisjes zit die voorheen als restavek leefden. ‘Verhalen van al die restaveks raken me heel erg. Waarom hebben ze geen huis? Waarom krijgen ze geen liefde? Het kind heeft niet gevraagd om geboren te worden in een arm gezin. Als restavek wordt er nooit naar hen geluisterd. En als er wat fout gaat: het is altijd hun schuld.’ Ze schud haar hoofd. ‘Is het je wel eens opgevallen dat het altijd volwassenen zijn die kinderen pijn doen, en niet andersom? Restaveks zijn altijd de dupe van de situatie. Ze gaan niet naar school, ze worden slecht behandeld, er is niemand die liefde en aandacht voor het kind heeft. Ondanks alle verhalen die ik heb gehoord, maakt het me nog steeds boos en doet het me steeds weer pijn.’

‘Ze waren niemand’
Adeline: ‘Niemand wil lijden. Niemand wil de hele dag door horen: ‘Je bent niet goed, je kunt het niet, je bent niks waard.’ Niemand die je liefde geeft, een aai over je bol, een arm om je heen. Niemand die zegt: je bent mooi, je kunt het. Ze waren niemand. Geen gezicht. Geen stem. Uiteindelijk zien veel restaveks nog maar twee mogelijkheden: of ze willen ontsnappen, of ze willen dood.’

Adeline wil deze meisjes hoop bieden. ‘Als meisjes bij ons terecht komen geven we ze aandacht, liefde en onderwijs. Ik geloof dat onderwijs een machtig wapen is in de strijd tegen het verleden. Liefde en onderwijs. Zo kunnen we de meisjes hoop bieden.’

Verloren identiteit
En die hoop is hard nodig. Veel van de kinderen die uit gastgezinnen worden gehaald willen niet praten over wat ze in het verleden hebben meegemaakt. Dat is te confronterend. Adeline: ‘Ze zijn nu in het licht en ze willen niet meer terugkijken naar de duisternis. Soms weten kinderen zelfs niet meer wat er is gebeurd, of waar ze eigenlijk vandaan komen. Ze zijn zo vaak van plek naar plek gebracht dat ze hun identiteit verloren zijn. En soms letterlijk: dan komen ze hier binnen zonder geboortecertificaat. Ze weten niet (meer) wie ze zijn. 

Maar het gaat dieper dan dat: ze weten niet meer wat ze waard zijn. Ze zijn hun identiteit verloren. Wij willen de kinderen leren leven met hun verleden. Maar juist ook laten zien dat het verleden hun toekomst niet bepaalt. Ik wil ze leren hoe ze God kunnen dienen en volgen, dwars door alle gebrokenheid heen.’

Het juk van slavernij afwerpen
Omgaan met deze meisjes heeft Adeline geleerd om in alle dingen geduldig en dankbaar te zijn. ‘Ik zie het beeld van God in al deze gebroken meisjes. Ik hoop dat er voor Haïti een dag komt dat iedereen opstaat en het juk van de slavernij afwerpt. In dubbele zin van het woord.’ Ze pauzeert even. ‘Haïti vecht al zo lang tegen slavernij. Alleen lang niet iedereen heeft door dat er nog steeds slavernij is. Dit verschijnsel van kindslavernij moet ophouden. Kinderen horen vrij te zijn. Het wordt tijd dat het stopt.’ Ze kijkt me indringend aan. ‘Hoog tijd.’
 

Terug naar overzicht
200